Nieuws

In Memoriam oud – voorzitter Tamme Smit

5 maart 2010

 

Op 1 maart 2010 overleed oud – voorzitter en grondlegger van de Stichting Hulp aan Sri Lanka, dhr. Tamme Smit, op de leeftijd van 80 jaar. Samen met zijn echtgenote Jet, zette hij zich vele jaren lang in om voor de straatarme bevolking van Sri Lanka, om het leven voor hen meer draaglijk te maken. Met veel respect wordt op Sri Lanka over hem en zijn echtgenote gesproken en er is grote dankbaarheid voor het vele wat hij tot stand heeft gebracht.

 Op 5 maart werd afscheid van hem genomen door familie, vrienden en bekenden. De huidige voorzitter Theo L.M.M. van der Sman sprak namens de bestuursleden van de Stichting Hulp aan Sri Lanka en de NEDLA Friendship Foundation Mawanella (in het Crematorium te Assen) een korte gedachte uit bij het heengaan van zijn vriend Tamme Smit:

  “Hoezeer het verstand ons tot nut kan zijn; maar het troost ons nu niet.

Maar even mogen onze gedachten zijn als een vogel, die over de rijstvelden, de heuvels met zijn theeplantages en de bergen van Sri Lanka vliegt. Daar in dat land, dat als een parel ligt in de azuurblauwheid van de Indische Oceaan, vertellen mensen met trots, dat daar eeuwen voor Christus de wijze Boeddha uit India heeft gelopen, die de wijze woorden gesproken heeft: ‘Het huis waarin je woont is niet je eigendom, het behoort de aarde toe, daar komt het immers ook uit voort. En het lichaam waarin je geest gehuisvest is, dat is niet je eigendom, het is uit de aarde gemaakt, daar keert het naar terug. Maar het is de taak van iedere mens om de geest te verfraaien’.

Van die mens nemen wij afscheid, maar iets van de fraaiheid van zijn geest mogen wij bewaren en zijn gedachten zijn geweest zoals vogel over de velden vliegt. En Tamme zag de mensen, de armen, de verschoppelingen. Hij en zijn geliefde Jet zagen daar de kanslozen in de ogen. De lucht van de armoede schud je nooit van je af, en sommige beelden verlaten je nooit meer. In ons rijke westen, zijn er velen die de armoede niet willen zien, die in Sri Lanka de hoofdwegen berijden, geen zijpaden willen inslaan, waar de armen je met lede ogen zouden kunnen aanschouwen, omdat ze aanvoelen hoe rijk wij eigenlijk zijn. Die armoede, de honger, de kansarmoede; Het raakte het fundament van zijn morele constitutie, dit kan niet, dit mag toch zo niet! Tamme vertelde mij een keer: ‘Wat had de Allerhoogste met mij voor, dat ik dit onder ogen kreeg?; ‘Hij zal toch zeker van mij verwacht hebben dat ik er iets aan zou doen!’

Er werden mensen gezocht uit het eigen volk, zonder onderscheid van geloof werd er zoveel gebouwd, door eigen mensen gebouwd in een verdeeld land; een land in oorlog – met de Tamils en de Singalezen, de Boeddhisten en de Christenen, de Moslims en de Hindoes. En langzaam werd steeds meer van de bedoeling van de Heilige Man Gods, die op een berg sprak voelbaar, zichtbaar. ‘Al wat gij voor de geringste mijner doet, al was het maar een beker koud water!’ En zo vliegen onze gedachten als een vogel over het grote eiland – Polonnaruwa – Kandy – Badulla, Ella, onbekende steden en dorpen klonken steeds bekender in de oren – en een ‘Holland Dorp’ werd gebouwd. Bejaarden werden van de straat gehaald, de luxe van een bed, van zorg, van eindelijk een dak boven het hoofd te hebben. Vreemden werden zo eigen, de bloemenkransen omgehangen en knielden aan de voeten neer totdat die ene hand op het hoofd werd gelegd. Tamme heeft het nooit gedaan om beroemd te worden, maar alleen om trouw te zijn. Luciën - Piyal, Jim, Lucky, Utpala / hun partners, treuren allen met ons mee; en debisschoppenconferentie van Sri Lanka heeft Tamme gisteren in stilte herdacht. 

De vogel van onze gedachten ziet de duizend huizen of veel meer daar beneden, de tehuizen voor kinderen, dove kinderen, de poliklinieken, de woonsteden voor ouderen, de watervoorzieningen, de mensen die kunnen glimlachen omdat ze de studie hebben gehaald; de kinderen die lachen om de goochelaar met al zijn trucjes. En als het kind lachte, dan lachte zijn hart mee, als een kind weende, dan weenden zij beiden mee. ‘Zalig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden’. We moeten zijn als een kind misschien, zoals Marcus zo lief was de opmerking van Jezus te onthouden en voor ons te noteren. De kleinen de kinderen van deze aarde; we moeten de grootheidsfantasieën opgeven en inruilen voor het sterke gevoel, dat je met je zwakheid ook wel aanvaard bent.

En toen werd Tamme gevoerd naar ‘Van der Valk’, toevallig vandaag vier jaar terug. Hij kon zijn tranen niet verbergen toen hij sprak over de liefde tussen man en vrouw, waar werd oprechter trouw ter wereld ooit gevonden, in lief en leed.

Er werd afscheid genomen van Sri Lanka, de dvd’s thuis zo keurig gerubriceerd, en de NEDLA mensen op bezoek in Rolde keken Tamme aan, ze voelden het wel aan, maar niemand sprak het uit. De vogel van onze gedachten vliegt boven Adams Peak, Mount Saman, en daar beneden zit de Man Gods, Hij spreekt geen woorden van het platteland maar van het hooggebergte van de geest. En Jezus ziet ze in de ogen, de lijdenden, de eenvoudigen, de sjouwers in de hotels, de mensen zonder dak, de mensen wonende onder plastic zakken en golfplaten.  

Als de Mozes van weleer die van de berg kwam en de tien wijze woorden Gods en stenen platen onthulde. Zo sprak Jezus Zijn vrienden toe. Maar daar in het gezelschap ontwaar ik in mijn gedachten die ene man, ik zie mijn vriend staan. Hij draagt een wit kleed, en hij heeft een palmtak in zijn hand. Het is nu aan anderen, mensen luisterden aandachtig naar Christus Jezus, wiens handen, wiens voeten, woord en glimlach wij mogen zijn. En die Gastheer, voert Tamme met zich mee; Die ene Heer, die zo boeiend is, dat de tijd er plotseling niet meer toe doet, dat de tijd er voor Tamme stil is gaan staan om uiteindelijk eeuwig te geworden. Ik wens je het goede toe mijn vriend, ik zeg het zoals in Sri Lanka, Ayubowan vriend, wij wensen jouw een lang leven, een eeuwig leven toe, Ayubowan."     

 

Theo.L.M.M. van der Sman.